Door R.J. d.d. 30 dec. 2016


Uitgangspunt

Omdat temperatuur invloed heeft op de lengte van een loop, kan het daarmee ook van invloed zijn op het schotbeeld. Vooral als de loop op twee punten gemonteerd is.
Bij het uitzetten of krimpen van de loop kan hierbij de loop van richting veranderen doordat het materiaal tussen de twee bevestigingspunten niet “weg” kan. De loop zit immers gemonteerd tussen twee vaste punten die, zoals bij een Air Arms EV2, tussen de breach (zeg maar het deel waar de trekker zit) en het vulventiel van de drukbuis gemonteerd is.

Bij FT (Field Target) is de maximale afstand waarop geschoten wordt, 50 meter. Hierbij moet geprobeerd worden om ieder menselijk en technisch effect op richtingsverandering tot een minimum te beperken. Een loop die door externe factoren als temperatuursveranderingen vrij kan uitzetten of krimpen, zal een positieve bijdrage leveren aan de nauwkeurigheid.

Om bij een Air Arms EV2 MkIV op een gemakkelijke wijze een modificatie uit te voeren die, indien later gewenst, ook nog ongedaan gemaakt kan worden, heb ik een beschrijving gemaakt welke hieronder te lezen is.

Benodigdheden

Voor het uitvoeren van de modificatie zijn slecht enkele zaken benodigd, tw;

Gereedschap;

  • Platte schroevendraaier
  • Inbussleutels in de maten;
  • 2mm
  • 2,5mm
  • 3mm

Materialen;

  • Inbusstelschroefje RVS met de maat M6 x 4mm (met punt, of een vlakke versie, dan ook een kogeltje van 3mm benodigd)
  • 3mm kogeltje (zie toelichting hierboven)

Technische uitleg

Bij de EV2 MkIV zit de loop bevestigd aan de ring die bij het vulventiel zit van de drukbuis.
De andere zijde zit in het breachblok, de zijde waar de pellet in gaat.
De zogenaamde Muzzle Assembly/Break, de loopmonding, hier in de originele tekening van de
Air Arms EV2 MkIV aangegeven als nr. 19, is aan de onderzijde verbonden met een schroef, nr. 18. Deze schroef nr. 18 zit in de bovenzijde van ring nr. 17 met borgschroefje nr. 24 vast.
De ring zelf zit met 2 inbusschroeven nr. 23, vast aan het vulventiel, nr. 9.

Afbeelding 1 Schematische tekening


Door de verbinding tussen de loopmonding nr. 19, en ring nr. 17 te verwijderen wordt op deze wijze een loop gecreëerd die dan alléén nog in het breachblok bevestigd is.
Op deze wijze creëert men dan een “free floating barrel”.
Bij de uitvoering stuit je echter op een probleem, de loopmonding nr. 19, kan zonder schroef 18 niet meer gemonteerd worden, schroef nr. 18 wordt immers verwijderd. Hierdoor schuift de loopmonding
nr. 19 vrij over de loop.
Door nu de loopmonding nr. 19 ondersteboven te monteren, dus met het gat waar schroef nr. 18 gemonteerd was aan de bovenzijde over de loop te schuiven, is er een mogelijkheid gekomen om nr. 19 toch te bevestigen. Ik gebuikte hiervoor een RVS M6 (6mm) stelschroef met een kuiltje en een klein
3 mm kogeltje. Bij het verwijderen van nr. 19, is er namelijk een kuiltje in de bovenzijde van de loop te zien waarin het kogeltje gelegd kan worden. Door het stelschroefje in nr. 19 te draaien op de positie van het kogeltje in het kuiltje, kan nr. 19 worden gemonteerd. Op deze wijze kan dan ook ring nr. 17 gewoon worden gemonteerd en is de loop “free floating” geworden. Schroef nr. 24 én nr. 18 zijn dan overbodig geworden en kunnen worden bewaard om eventueel later deze modificatie terug te bouwen.

Uitvoering van de modificatie

De uitgangspositie, hier de loopmonding, de ring van de windindicator met daarvoor de dop van het vulventiel van de drukbuis.

Figuur 2 De uitgangspositie, het origineel


Verwijder de dop van het vulventiel.
Aan beide zijden zijn 2 kleine inbusschroefjes zichtbaar in de ring, één onder de windindicator de andere aan de andere zijde van de ring. Draai beide schroefjes, nr. 23 los in ring nr. 17 zoals in de schematische tekening hierboven aangegeven in figuur 1.

Figuur 3 Dop verwijderd, de ring nr.17 en één van de schroefjes nr. 23 hier duidelijk zichtbaar


Door het losdraaien van de inbusschroefjes nr. 23, kan de ring nr. 17, samen met de
loopmonding nr. 19, in één keer worden verwijderd door deze van de drukbuis en loop af te schuiven.

Figuur 4 Verwijderde loopmonding met ring


Aan de rechterzijde in de ring nr. 17, zit een inbusschroefje, nr. 24 waarmee de loopmonding vergrendeld is. Dit inbusschroefje met nr. 24 moet worden verwijderd, de loopmonding komt dan los van ring nr. 17.

Figuur 5 Rechterzijde loopmonding met ring. Inbusschroef nr. 24 is hier te zien.

Figuur 6 Losgekoppelde loopmonding. Schroef nr. 18 is nu te zien.

Nu kan schroef nr. 18 uit loopmonding nr. 19 gedraaid worden zodat bij her-montage van ring nr. 17 de loopmonding geen verbinding meer heeft met ring nr. 17.

Het inbusschroefje nr. 24 (dat hier nog zichtbaar is bij de platte zijde van ring nr. 17) die schroef nr. 18 borgt, kan nu ook worden verwijderd.

Figuur 7 Verwijderde schroef nr. 18 uit de loopmonding

Figuur 8 De twee verwijderde schroefjes, nr. 18 en nr. 24


De verwijderde schroefjes moeten worden bewaard, immers bij het herstellen naar de originele uitgangspositie, dus bij het terugdraaien van deze modificatie, zijn beiden schroefjes weer benodigd!

Nu kan ring nr. 17 weer over het vulventiel van de drukbuis worden geschoven en worden aangedraaid middels de aan beide zijden geplaatste inbusschroefjes nr. 23. Let hierbij op dat de ring nr.17 met de platte bovenzijde, waterpas geplaatst wordt. De platte bovenzijde van de ring moet evenwijdig met de bovenzijde van het breachblok geplaatst worden.
Bij het plaatsen van loopmonding nr.19, kan ring nr. 17, als deze nog niet geheel vast gezet is, nog enigszins worden gedraaid.

Figuur 9 Plaatsen van de ring op de drukbuis


Na het verwijderen van de loopmonding nr. 19 is aan de bovenzijde van de loop een putje zichtbaar.
Door de loopmonding nr. 19 met de onderzijde waar schroefje nr. 18 zat, naar boven op de loop te schuiven, is er een mogelijkheid om met een inbusschroefje en een kogeltje, of een inbusschroefje met een punt, de loopmonding te bevestigen.

Door het putje kan de loopmonding goed worden vergrendeld en is hij op een goede positie gemonteerd. Het putje is “standaard af fabriek” aanwezig op mijn versie van de EV2 MkIV.

Figuur 10 Putje aan bovenzijde loop


Figuur 11 Het nieuwe inbusschroefje links met een 3mm kogeltje en originele schroef (rechts)


Dus, plaats nu de loopmonding nr.19 over de loop en positioneer deze zodanig dat door de schroefopening het putje op de loop te zien is. Neem nu een inbusschroefje van dezelfde diameter (M6) als het origineel en een 3mm kogeltje. Leg het kogeltje in het putje en schroef het inbusschroefje in het gat. Probeer hierbij de loopmonding iets heen en weer te bewegen zodat deze zich goed kan centreren d.m.v. het kogeltje en schroefje.

LET OP; NIET TE VAST DRAAIEN, HET KOGELTJE HOEFT ER NIET DOORHEEN, dus vast is vast!

Figuur 12 Putje zichtbaar door gat loopmonding


Figuur 13 Gemonteerde loopmonding


Voltooiing

Als alle hierboven vermelde stappen uitgevoerd zijn, is de modificatie voltooid.

Figuur 14 Het eindresultaat; free floating barrel


Het enige wat nu zichtbaar is dat deze loop “free floating” is, is dat er nu een inbusschroefje aan de bovenzijde van de loopmonding uitsteekt. De loopmonding is ± 3 mm dichter bij de breach gemonteerd doordat het putje niet midden boven ring nr. 17 geplaatst is door de fabrikant.
Door het verwijderen van schroef nr. 18 heeft de loopmonding, en dus de loop, geen verbinding meer met ring nr. 17 die bevestigd is aan de drukbuis.
De loopmonding zelf zit nu vast aan de loop en niet meer aan ring nr. 17.


Scope afstelling

Door het toepassen van deze modificatie moet wel opnieuw de instellingen van de scope op het geweer worden gecontroleerd. Bij mij moest alleen de hoogte-instelling van de scope worden aangepast. De tabel met daarop de compensatie bij elke afstand blijkt niet veranderd te zijn.
Hopelijk hebben temperatuurwisselingen nu weinig tot geen invloed (meer) op het schotbeeld. De praktijk zal het moeten uitwijzen.

Modificatie ongedaan maken
Om deze modificatie ongedaan te maken en naar de originele uitgangspositie te gaan, kan je alle stappen zoals hierboven vermeld van achteren naar voren uitvoeren.
De modificatie laat geen sporen achter en zal geen afbreuk doen aan de eigenschappen van de onderdelen of het geweer in zijn geheel.
Er zijn immers aan de originele onderdelen geen mechanisch aanpassing gedaan. Het onderdeel nr. 19 wordt alleen anders gemonteerd waarbij de nr. 18 en nr. 23 door de modificatie niet meer gebruikt worden. Deze niet gebruikte onderdelen moeten dus worden bewaard om, indien later gewenst, de modificatie terug te kunnen draaien.

Comments are closed.

Welcome , today is Monday, 21/01/2019